Tekst

Toespraak Anna Tilroe tijdens “Bezetting Museum Boijmans Van Beuningen”
Vandaag, 26 juni 2011, is een historische dag. Een dag die in ons geheugen en dat van de Nederlandse cultuurgeschiedenis zal blijven voortleven. Een dag in de sfeer van 26 juni 1963 toen John Kennedy, staande voor de Berlijnse Muur, zei: Ich bin ein Berliner. Wij, kunstenaars uit alle disciplines, makers, denkers en kunstliefhebbers, wij staan hier voor de symbolische muur die door de huidige regering is opgetrokken tussen de kunstensector en de samenleving.
En ieder van ons zegt het luid en trots: ik ben een medestrijder! Ik strijd samen met geestverwanten tegen krompraters met hakbijlen, die beweren dat zij het beste met de samenleving voor hebben door de kunst gedwee en aangepast te maken. Met dat doel voor ogen schilderen zij al diegenen die met inzet en passie in de slechtst betaalde sector werken, af als een bende profiteurs die, nu hen hun riante subsidies worden afgenomen, eindelijk doen wat zij altijd al hadden moeten doen: de markt op en bij de rijken aankloppen. Het is waar, Nederland zit goed in z’n rijke onderdanen. Gisteren nog meldden de kranten dat het aantal miljonairs ondanks de crisis weer aanzienlijk is toegenomen. Dat is overigens niet alleen in Nederland het geval. Wie wil weten hoe het gaat met de werkelijke elite in Europa, de Verenigde Staten en Rusland, hoeft maar te kijken naar de verkoopcijfers van Art Basel, de grootste en belangrijkste kunstbeurs ter wereld. Dit jaar was de verkoop weer op het niveau van 2007, het topjaar vóór de crisis.  Okay, het 10 meter lange schilderij van Andy Warhol is niet verkocht. Klaarblijkelijk was 80 miljoen net een brug te ver. Maar een miljoen of twee, was voor veel bovenklassers geen enkel probleem. Kijk, zeggen de krompraters, dáár moet het met de Nederlandse kunsten heen. De markt op, economisch denken, spektakel maken, massa’s publiek trekken. Dan begrijpen de mensen tenminste waar het over gaat: over hún denken, hún leven, hún wereld. En dan stroomt het geld vanzelf binnen. Wij, de medestrijders, bestrijden dat met vuur. Wij vinden dat cynisch, aanmatigend en misleidend. Wij weten dat politici en diegenen die uit naam van het volk spreken, in werkelijkheid hun éigen denkbeelden als de juiste naar voren schuiven, en het liefste alles wat deze ter discussie stelt, weerspreekt en ontmaskert, verdacht maken als volksvijandig en het, als het even kan, de grond in trappen. Met de kunst als eerste slachtoffer. Daar zijn in de geschiedenis vele voorbeelden van. Kijk naar de vorige eeuw. Zie hoe die ideologieën die het Volk op het schild hesen, de autoritaire ideologieën van de communisten en fascisten, de kunsten als eerste doelwit hadden. En wat zei de volksleider met het peroxide-haar direct toen dit kabinet rond was? “Wij pakken als eerste de kunstbobo’s aan.” Hoe ver stond dat af van wat Herman Goering, rechterhand van Hitler, eens zei: “Als ik het woord cultuur hoor, trek ik mijn revolver”? 
Wat maakt dat autoritaire leiders steeds weer hun agressie openlijk botvieren op kunst, is het verzet dat ze erin voelen. Een verzet tegen iedere denkrichting, ieder systeem, iedere theorie die een claim legt op de werkelijkheid en ons voorschrijft hoe wij moeten denken en leven. Kunst, of het nu om beeldende kunst, dans en theater gaat of om literatuur en muziek, kunst schrijft niets voor, maar roept op om telkens opnieuw betekenis te geven aan de dingen, de mensen, de wereld. Kunst toont, zegt, laat horen en zien dat er niet één visie is, één maatschappijvorm, één cultuur, één godsdienst die superieur is aan alle andere, maar dat je het ook anders kan denken en zien, en dat er zoiets als het andere en de ander bestáát en respect verdient. Dat is, denk ik, de kern van kunst. Het is haar kracht. Maar ook haar zwakke plek. En om dat laatste te kunnen verduidelijken, moet ik weer even terug naar de markt. De markt waarvan beweerd wordt dat hij vrij is en die daarom met een hoofdletter wordt geschreven. De Vrije Markt dus, die vooral goed is voor iedereen die het beter heeft dan alle anderen. Die markt zet kunst in voor haar eigen doeleinden. Op de markt functioneert kunst als bewijs dat het economisch systeem waarin wij leven, het enig juiste en zaligmakende is. Op de markt wordt de vrijheid en het progressieve, idealistische denken waar kunst voor staat, het pronkstuk waarmee een meedogenloos globaal kapitalisme zichzelf optooit en rechtvaardigt. 

Beste medestrijders, om de die zelf-rechtvaardiging gaat het nu. Dat is de reden waarom deze rechtse regering de armen en benen afkapt van een culturele infrastructuur die de kunsten decennialang voor een substantieel deel vrij hebben gesteld van het marktdenken. Een vrijheid die ons kunstklimaat zo aantrekkelijk heeft gemaakt dat vanuit de hele wereld kunstenaars, theatermakers, dansers, musici, schrijvers en denkers naar ons land kwamen om kennis en creatieve energie op te doen en deze hier en verder over de wereld weer te verspreiden. Dat bijzondere kunstklimaat heeft Nederland jarenlang verrijkt met tentoonstellingen, theater- en dansvoorstellingen en concerten die wereldwijd vermaardheid kregen. Het heeft dit kleine land behoed voor provincialisme en conformisme. Dat beeld wordt nu drastisch omgekeerd. Als het aan deze regering ligt, worden provincialisme en conformisme de norm. Want zij weet, ook weer uit de geschiedenis, dat het meest gedweeë volk een volk is dat in alles om zich heen zichzelf bevestigd ziet. Consumptievee. Maar zover is het nog niet. Want niet alleen wij, de kleine groep hier, strijden hiertegen. Daar achter ons, staan honderdduizenden kunstliefhebbers die zich verbijsterd afvragen in welk land zij nu leven. Dat publiek moeten wij, naar mijn stellige overtuiging, op nieuwe wijzen aanspreken, beter informeren, meer betrekken bij de discussies die wij voeren, de keuzes die wij maken en de kwaliteitscriteria die wij aanleggen. In dat hongerige publiek ligt een potentieel dat de kunstensector zelf heeft geschapen, maar nog niet voldoende tot leven heeft gewekt. Een enorm potentieel van hartstochtelijke medestrijders. Anna Tilroe tijdens “Bezetting Museum Boijmans Van Beuningen”

Toespraak Olphaert den Otter “Bij Boijmans Bezet”
Al jaren is politiek Den Haag in de weer om het subsidiestelsel in Nederland ter discussie te stellen. Langzaamaan is het beeld gekweekt dat subsidies eigenlijk helemaal niet goed zijn voor de kunst. De laatste jaren is een grof portret van ons, kunstenaars, geschetst: wij zijn neergezet als zonderlingen die met de hand, die éigenlijk zou moeten werken, bedelend geheven staan: “Aalmoes, aalmoes”. We weten allemaal wat een valse voorstelling van zaken dit is. Maar de propaganda heeft zijn werk gedaan: het ronkt van gesundes Volksempfinden rondom die uitvretende kunstenaars en morgen begaat het Kabinet, zoals het er nu naar uit ziet, een historische vergissing. Hóe historisch die vergissing is wil ik in een heel korte geschiedenisles laten zien.
Ja, Nederland heeft een uniek subsidiestelsel. Maar dat is er niet voor niets. Dat de landen om ons heen een veel levendiger kunstmarkt hebben weet iedereen die een beetje thuis is in de wereld van de beeldende kunst. En hoe komt dat? Dat is een historisch verklaarbaar feit. Nederland was – en is – een ander land en dat heeft te maken met de drassige grond waarop wij staan. Dat is grond die zich niet leent voor grootgrondbezit. Onze bodem is zo slap dat hij voortdurende zorg behoeft. Het is hier pompen of verzuipen. Daarom had je in Holland ook geen graven, maar dijkgraven. Hier was je niet in aanzien omdat je van adel was, maar omdat je verstand had van droogmakerij. Nederland is daardoor al heel lang een meritocratie: een land waarin je iemand bent omdat je wat kan en niet omdat je wat hebt. Dat klinkt leuk, maar heeft consequenties gehad voor de manier waarop de cultuur zich hier heeft ontwikkeld. Dat is totaal anders gegaan dan bij onze buren. Daar hebben eeuwenlang de vorsten in een heerlijke concurrentiestrijd geworven om de gunsten van de kunstenaars. Dat heeft in heel Europa geleid tot een de ongekende bloei van kunst en cultuur, waardoor wij nog steeds getuige kunnen zijn van de geschiedenis. Een aantal revoluties heeft aan die toestand een einde gemaakt. Van 1789, via 1848 tot 1917 is de Europese adel definitief onttroond. Dat klinkt verschrikkelijk in dit culturele verband. Maar die onttroning ging gepaard met een proces van burgerlijke emancipatie. Daardoor is er geen groot gat gevallen in de stimulering van de kunsten. De geëmancipeerde burger nam de cultuur-minnende taak van de verdwenen adel met het allergrootste plezier over. In de landen om ons heen is de kunst veel meer dan bij ons dan ook een echte publieke zaak. Er is een min of meer natuurlijke waardering voor de kunstinstituten en voor de individuele kunstenaar. Er zijn daar dan ook relatief veel particuliere verzamelaars. In Nederland is dat allemaal heel anders gegaan. Burgerlijk autonomie was er feitelijk al meteen bij het ontstaan van de Republiek. Daarom was het hoogtepunt van onze kunst er óók meteen, in die ongekende Gouden Eeuw. Toen in de negentiende eeuw overal om ons heen de burgerij in het post-adellijke vacuüm trad, bleef dat hier dan ook uit, want dat luchtledig bestond hier gewoon niet. Bovendien was het burgerlijk elan van de zeventiende eeuw hier allang weggeëbd. Mede daarom blijft de negentiende eeuwse kunst in Nederland ook zover achter bij die van bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk. Probeer eens een negentiende eeuwse componist te noemen die geen Duitser of Oostenrijker is? Noem een grote negentiende eeuwse schilder, maar geen Fransman? Vindt de Nederlandse evenknie van Monet of Delacroix. Dat is de reden waarom in de loop van de negentiende en twintigste eeuw vrijwel iedere Nederlandse schilder met ambitie naar het buitenland verdween: Jongkind, Van Gogh, Van Dongen, Mondriaan, Van Doesburg, Appel, De Kooning, noem maar op. Heel begrijpelijk, echt heel verstandig ook, dat er in Nederland langzaamaan een kunstbeleid van de grond is gekomen, dat erop gericht was om de kunsten te stimuleren. Wat in de ons omringende landen min of meer vanzelf liep, moest hier daadwerkelijk tot stand worden gebracht. Zo ontstond uiteindelijk een fijnmazig netwerk van maatregelen, instituten en ja, subsidies. En dankzij dit verantwoorde beleid hebben we in Nederland een goed netwerk van musea, een internationaal hooggewaardeerde ensemble-cultuur, formidabele dansgezelschappen (grote en kleine), topinstituten als De Ateliers en de Rijksacademie, maar ook het Piet Zwart-, Sandberg-, Frank Mohr-Instituut en de Van Eyckacademie. En we hebben kunstenaars die wereldwijd de aandacht vragen. Alleen in Rotterdam al: Atelier Van Lieshout, Erik van Lieshout, Charlotte Schleiffert, Jeanne van Heeswijk, BikvanderPol. Ik noem juist deze namen omdat ik die allemaal in het begin van de jaren ’90 voorbij heb zien komen toen deze kunstenaars nog aan het begin van hun carrière stonden en stuk voor stuk een beroep deden op de subsidiecommissie waarin ik toen zitting had. Godzijdank hebben zij de steun ontvangen die zij nodig hadden en verdienden! Allen zijn inmiddels, ook internationaal, zeer gewaardeerd! So far so good. Maar dan draait de wind. Meer en meer wordt het geluid hoorbaar dat subsidies lui maken. Dat het allemaal heel beroerd is voor de kunst. Dat de kunstenaars uit de staatsruif eten. En, díe schade is in ieder geval nu al aangericht: het verhaal wordt breed geloofd. Henk en Ingrid weten het: kunstenaars leven van onze centen! Het tegendeel is waar: subsidies hebben nooit een substantieel deel van het inkomen van kunstenaars geleverd, behalve misschien in de periode van de Beeldende Kunstenaars Regeling (die al in 1987 is afgeschaft). Hier op dit binnenplein van Boijmans is geen kunstenaar te vinden die lééft van subsidies. Integendeel: de meesten van ons brengen post rond, hebben een baan in het onderwijs, of halen hun inkomen uit andere bronnen dan het eigen werk. Eventuele subsidies gaan negen van de tien keer op aan materiaal, drukwerk, assistentie. Kortom: áls we al subsidies krijgen gaat het geld meestal naar anderen. Er is maar één beroepsgroep die voor 100% uit de staatsruif eet. Er is maar een kaste die leeft van onze belastingcenten: dat zijn de leden van het kabinet! En laat nu juist dit onzalige Kabinet Rutte op het punt staan om met veredelde wartaal een historische a&raak te beginnen op het cultuurgebouw van Nederland! Want de markt moet het maar doen. De markt, die al in zoveel sectoren voor prutswerk heeft gezorgd. De markt is namelijk dom. De markt wil happy meals. De markt wíl wel zigeuners, maar alleen als het schattig geschilderde jochies zijn, met een traan op iedere wang. De markt wil kiloknallers. De markt wil van komkommers dat ze recht zijn. Met echte kwaliteit of uitzonderlijkheid heeft de markt niets te maken. De markt vraagt uit zichzelf nooit om een Divina Commedia, om een Marcel Proust, om een Louis Andriessen, om een Mondriaan, om een Hans van Manen. De markt wil precies de middelmaat waar het kabinet zegt vanaf te willen! Dat subsidies leiden tot een grauwe middelmaat (zoals de VVD beweert) kan door geen enkel onderzoek worden bevestigd. Dus durf ik me gerust aan een voorspelling te wagen. Kabinet: als u wilt dat de markt bepaalt wat er in dit land aan kunst wordt geproduceerd, dan beloof ik u weinig bijzonders. De markt wil meer van hetzelfde. Nooit het vreemde, nooit het bijzondere, nooit het experiment en al helemaal nooit het vragenstellende, het kritische. Natuurlijk zou een geweldige kunstmarkt wel van enig belang zijn voor Nederland. Ik ben schilder. Natuurlijk wil ik mijn werk verkopen. Maar mijn werk kan ten minste nog aan een spijker hangen. Hoe moet het met kunstenaars die nauwelijks verhandelbare waar maken? Wat moet je als je talent ligt bij de performance, de interventie, de installatie? En hoe is het ook nog eens mogelijk dat een van de weinig concrete maatregelen die het Kabinet tot op heden genomen heeft, de onmiddellijke verhoging is van de btw op de verkoop van kunst? Echt waar: één van de weinig marktstimulerende maatregelen die er waren is de nek omgedraaid. Wie mij dat allemaal met succes kan uitleggen voor we vannacht in Den Haag zijn krijgt meteen een werk van mij cadeau! Hoe vaak heeft de politiek in de voorbije tijd niet moeten spreken over ‘de kennis van nu’. Met de kennis van nu waren we niet naar Irak gegaan. Met de kennis van nu had de HSL niet gereden, en zeker niet tegen deze prijs. Met de kennis van nu waren er niet die gigantische anonieme fusiescholen ontstaan. Halbe Zijlsta: u kunt nu nog uw historische vergissing voorkomen. U kunt nu nog uw ‘kennis-van-nu-moment’ van straks ontwijken, door nu te luisteren naar de analyses van talloze experts in binnen- en buitenland die de onzaligheid van uw plannen hebben doorgerekend en geanalyseerd. U hoeft alleen maar even uw halsstarrigheid opzij te zetten en te luisteren. Het bedrag dat u wilt bezuinigen is een druppel op de plaat, die de banken met hun onverantwoorde financieringen gloeiendheet hebben gemaakt. Die 200 miljoen zullen onmiddellijk verdampen. Maar de schade die die 200 miljoen aanrichten aan het gebouw van de kunsten is gigantisch. Het logo van deze bezetting van Boijmans (ontwerp: 75B) geeft het goed weer: niet de kunst zal sterven, maar het kunstgebouw wordt ernstig aangetast. Het logo is echt goed, want het laat zien dat je maar een paar procent van de vitale kolommen hoeft te verwijderen en het hele gebouw stort in. En dat is precies wat gaat gebeuren. De fundamenten zijn in het geding. Het kunstonderwijs, de talent-ontwikkeling, de brede basis vanwaaruit excellentie zich kan ontwikkelen. De infrastructuur aan ensembles en instituten, de ruimte om te experimenteren: dat staat allemaal op het spel. Het zijn precies die dingen waar de markt nooit zorg voor zal dragen, maar die dienen te worden behoedt door een zorgvuldig bestuur. Halbe Zijlstra: de Nederlandse cultuur wordt niet bedreigd door islamisering; dat is gelukkig louter fictie. Nee, niet de islamisering, de Halbering van de Nederlandse cultuur, dàt is de ramp die voor de deur staat, Halbe. U zegt: de markt moet het maar doen. Maar kan iemand mij dan uitleggen waarom de komkommerkwekers, die door de Ehec-bacterie verlies hebben geleden, omdat hun handel een paar weken stil lag, onmiddellijk werden gecompenseerd? BAM: 210 miljoen lag er vorige week in één keer op tafel! Nota bene nog 10 miljoen meer dan u op de cultuurbegroting snoeit. Terwijl een kind kan bedenken dat een branche, die in een paar weken honderden miljoenen verliest, ook in een paar weken honderden miljoenen zal verdienen! Als de markt het nou ergens gewoon regelt, dan is het wel in de handel. Kortom: je kan in dit land honderd keer beter in de komkommers zitten, dan in de kunst! Leden van de oppositie: dit argument is vrij van auteursrechten. U mag het morgen zo gebruiken. Als een stok, om er de hond mee te slaan! Er zijn nu twee opties: óf de oppositie krijgt het voor elkaar om in het regeringskamp voldoende medestanders te vinden om het onheil af te wenden. Gezond verstand zegt mij dat het moet kunnen, omdat het verreweg de meest rationele optie is. Maar mijn donkerbruin vermoeden houdt rekening met de tweede optie en dat is deze: de Halbering van de Nederlandse cultuur krijgt morgen zijn beslag. En dat zou verschrikkelijk zijn. Maar dan, beste collega-kunstenaars, dan moeten wij de moed hebben óver deze ramp heen te kijken. De kunst gaat natuurlijk nooit verloren, hoe zwaar gehavend het gebouw ook wordt. Ik hoop dat iedereen de moed heeft om tegen de verdrukking in te overleven: als kunstenaar. Geef de moed niet op! Vita brevis, Ars longa!! Het leven is kort, maar de kunst heeft de tijd. Últrakort is het politieke leven. Misschien valt morgen al het kabinet! Misschien duurt het nog wat langer, maar deze heilloze weg wordt natuurlijk niet eindeloos bewandeld. Hou vol: kunst en cultuur hebben domheid uiteindelijk altijd, altijd met succes bestreden. Geen vandaal heeft ooit een duurzaam rijk gesticht. De toekomst is uiteindelijk altijd aan de beschaving. Lang leve kunst!! Olphaert den Otter, 26 juni 2011, uitgesproken tijdens de bezetting van Museum Boijmans Van Beuningen door kunstenaars. Deze bezetting was tevens het startsein van de Mars der Beschaving, die ‘s nachts vanaf het museum naar Den Haag liep. Daar sloten de deelnemers zich aan bij de grote manifestatie op het Malieveld. Op 27 juni 2011 werden de plannen van Halbe Zijlstra onverkort door de kamer geloodst. De toezegging die ‘s nachts gedaan werden aan de deelnemers van de Mars, inmiddels aangekomen op de Grote Markt in Delft, dat er 20 miljoen gevonden was om Limburg, Zeeland en Tryater in Friesland te ontzien (waar zelfs nog een waterig applausje voor klonk), zelfs deze toezegging werd door Zijlstra niet gehonoreerd. Olphaert den Otter “Bij Boijmans Bezet”, Beeldend Kunstenaar

Toespraak Jos Houweling, Oud-Directeur Sandberg Instituut
CULTUUR PARTIJ
De Mars der Beschaving, juni j.l. liep van Rotterdam naar Den Haag. Door straten, over wegen en over asfalt. Het asfalt.
Nederland krijgt minder cultuur en meer asfalt.
Nederland geeft 7,3 miljard extra subsidie, om de snelwegen te verbeteren. Iedere tweebaansweg moet een vierbaansweg worden, ook als het dorp te smal is.
Nederland wordt de beste snelweg van Europa. Vroeger kwamen er mensen naar Nederland voor eigenzinnige vrijheid gedurfde cultuur, voor inspiratie.
Morgen komen de mensen voor het asfalt. “I have a dream” Ik citeer de staatssecretaris van asfalt. “I have a dream. Snelwegen van Maastricht tot Den Helder, van Middelburg tot Groningen.”
Snelwegen hebben zeker positieve kanten.
Henri en Ingrid, van de VVD, zijn eerder thuis en willen naar het theater. Vroeger kon dat in de eigen stad.
Dat theater is nu tapijthal. Ik citeer Geert Zijlstra: “Wij geven het tapijt terug aan de burger.”
Henri en Inneborg moeten twee provincies verder, want daar speelt, godzijdank, het Belgisch toneel. Zonder de verbrede snelwegen waren zij nooit op tijd geweest.
7,3 miljard subsidie voor snelwegen, dat is 7300 miljoen. Een niet te begrijpen stapel geld. 7300 miljoen is 365 maal de bezuiniging op cultuur. Het asfalt is 365 maal belangrijker dan cultuur Zo kortzichtig is het.
Een jaar telt ook 365 dagen. Als de snelwegen in een jaar zouden worden verbreed is, een dag niet verbreden, gelijk aan de bezuiniging op cultuur. Een tweebaansweg niet verbreden en de cultuur is gered.
Politiek bestaat uit keuzes maken. De juiste keuzes. Artbommen, marsen, symbolische bezettingen, 200 miljoen handtekeningen en fatsoenlijke argumenten, hebben niet geholpen deze Regering anders te laten denken. Het was, of je aan een knaagdier ging uitleggen, dat fruit eten, goed is voor zijn, en onze toekomst.
Als de politiek, onze cultuur verdunt en laat weglopen in een afvalputje, dan moeten wij, politiek worden. De CULTUUR PARTIJ.
Zes op de tien Nederlanders zouden het eens zijn met korten op cultuur. Dus, vier op de tien niet.Vier op de tien zijn 6,5 miljoen mensen. 6,5 miljoen mensen. Als deze mensen zouden stemmen op de CULTUUR PARTIJ, zijn dat ruim 50 kamerzetels. In een klap groter dan de grootste partij nu.
Het kan zijn dat de CULTUUR PARTIJ haar 50 zetels niet haalt, omdat er, ook wordt gestemd op andere partijen met fatsoen en aandacht voor cultuur. Ook met minder zetels hebben we spreektijd in de Tweedekamer en in de media. De CULTUUR PARTIJ met spreektijd voor maandelijks een nieuwe woordvoerder, uit een ander kunstdiscipline, van ballet tot film, kunst en muziek. Woordvoerders die kunnen zingen, bijten en zelf de regels verzinnen. Cultuur is je leven inhoud geven. Nederland kan zich in Europa onderscheiden als wij uitblinken in cultuur. Nederland wil geen vlag zijn zonder kleur.
Op korte termijn moet het schilderij, van Rudi van de Windt, in de Tweedekamer, weg. Een schilderij, met zo’n allure, moet je verdienen. Thans past op die muur asfalt.
Een sprong in de tijd. Het asfalt zit op de muur. Het was een heel werk. De Regering ging klagen dat het asfalt stonk. Of ze in de hel zaten. Toen werd het God, het kan Allah zijn geweest, boos. God en Allah, kantelden de Tweedekamer. De asfaltmuur werd vloer en de Regering werd muur. Pratend behang. Af en toe viel er een lid van de Regering, plof, op het asfalt. Drie waren er meteen dood. Een zakte in het asfalt. Zijn arm en zijn been verdwenen in het zwart.

Juni 2011. Jos Houweling.

1 for culture – and for all of society
Speech by W139 director Tim Voss at Boijmans Bezet, 26 June 2011

A year ago I came from Hamburg to Amsterdam to direct W139 – a presentation and production space for young contemporary art in the centre of Amsterdam. Mainly visited by a young and international audience from the art schools. Well – we will miss a lot of them…
Yes, it’s true: not only the Netherlands – the whole Western industrial society is undergoing a difficult change, democracy is in an ongoing crisis – worldwide. In general, the successful institutions of industrial society are destabilised. (And so the cultural institutions.) The balance between individual liberty and social security is obviously not maintained anymore. New questions are permanently raised about the future – what we see these days is: there is no valid, ethic consensus and it lacks a culturally sustainable, future-oriented vision for a social basis.
And we know – we know that the right answer in such a situation should not be the production of a uniformed society like a ‘collective entrepreneurship’ but the establishment of an atmosphere of openness. Space is important for attentive reflections and people who do not complain about the ineffectiveness of old rules, but instead do create new visions.
As an artist and director of W139, I am working in this field today because I believe that Art is and remains one potential. To be an artist today means to describe myself as a potential to the world, means to recognize connections and to be able to transform them into something new.
And also politicians have been recognizing that since long many artists are often and justifiably respected by them as experts of prognosis and are concretely involved in decisive developments. Please continue to do so!
My daily practice with the new generation of artists as a director of W139 is an ongoing exciting enterprise: Young artists think less and less in disciplines, do not separate between social and art practice, between applied arts and so called ‘fine art’, between old and new media, between theory and practice. They don’t want to accept anymore that their history seems to be already written. Based on an increasingly virtual and therefore global experience they decide, under very diverse production circumstances, in an interdisciplinary way and specifically for the situation. They don’t negate the bigger context; they just want to relate to it on an entirely subjective level. From this experience they nourish the relevance for their acting and finally for their identity.
And let me tell you, Mr Zijlstra: your now prepared business suit won’t suit them! For me it is very obvious what will happen, when the so-called ‘new look at culture policy’ will become practice: they will leave the country and go were most artists go – Berlin and Brussels.
They do not need your education as entrepreneurs, Mr Zijlstra, because every one of them is already one! The decision to be an artist follows the decision for self-responsibility in society. Take a look into their biographies and see how flexible they are to make their decision possible – the majority of artists run several jobs, live under precarious conditions in anti-squats, where they have to be prepared to leave their studios and living quarters within a week. It’s so incredible cynical to demand that ‘the role of the visual artist as creative entrepreneur will become primary’. It’s very respectless, Mr Zijlstra.
Although it’s true – in other countries these unsafe, precarious conditions are much more developed and acute than in the Netherlands. But this is identified there as a problem. For me the horror of this paper is that these conditions are here and now written down – in black and white – as manifested regulations for the future in the Netherlands – to support only 10% of the annual graduates and to surrender them all to the art market.
The biggest fallacy of this analysis is that it would be possible to measure art production under your ideas of economy. The opposite is the case: art production starts exactly there where economy ends, Mr Zijlstra!
Maybe Mr Zijlstra, an outsider in the art field, even wants to help the artists by connecting them directly to the art market. But then go to the galleries and ask them if there is a need for more artists on the market. I know the answer already – NO. Galleries have an enormous struggle to survive – and especially in the Netherlands.
We all know the art market covers only one little field within the arts. For me art is interesting where it is not applied, where it doesn’t follow a way of circumstances as an object, where it nearly loses control, where it deconstructs our view on the things in the world – where it’s becoming something else. A space to experience ‘Otherness’ – ‘Otherness’ as a potential for the future, dear conservatives!
But please: I am refusing to glorify art production as something elitist, outside of society. I really want to warn these days not to fall back on old romantics of ‘the free artist’ facing ‘freedom’. Yes, they are – but art is not more than one very specific kind of production, called autonomy, but within a society and that is exactly the society’s benefit! And this production needs – especially in a small country like the Netherlands – a strong protection.
But to whom am I telling this – we here all know that. But what fills me with reliance is that I know that we are not alone (or will become more). These culture-cutbacks are only a little piece of a terribly burnt cake. Our anger about the disrespect for culture is a very serious one, but might become only one part of a much bigger conflict in this society in the upcoming years. Let us get prepared!
We as artists are individualists, we hardly get organised. But our impact on history in all centuries of human being is very visible. We became mainly influential AS these individuals or little temporary avant-gardes. Society needs our influence in this situation – but we won’t make a change on our own! We need to connect our situation to the whole current context of social repression.
It does not need a bigger prognosis that these social repressions will produce disaffection and resistance in many parts of society. It will continue to divide the society into winners and losers. And then we have to explain even harder why we are fighting for cultural subsidies.
Pleeeease let us do so, let’s, based on our shared solidarity, connect us to the bigger context of resistance! There is no better way to show that we are not the happy chosen few, as the populists want to depict us, but that we are deeply based in society as one part of it!
Thank you!

Toespraak Koen Brams, Directeur Jan van Eyck Academie
Het zogenaamde ‘nieuwe’ cultuurbeleid van de regering Rutte is het product van extreem neoliberalisme en rabiaat nationalisme. Extreem neoliberalisme legt de volledige regie van welzijn en welvaart bij het individu. Het heet dan – en ik citeer Staatssecretaris Zijlstra – dat “het na het verlaten van het onderwijs aan de kunstenaar is om zijn eigen weg te vinden” en dat “de ontwikkeling van bewezen talent niet meer via aparte instellingen moet worden gestimuleerd, maar via de kunstenaar zelf” en dat het bewezen talent zelf “diensten op het gebied van praktijkverdieping of nascholing moet kunnen kopen” en dat met subsidies enkel ondernemerschap moet worden gestimuleerd
Op basis van deze volledig op het individu toegesneden beleidsvoornemen worden startstipendia verlaagd en hervormd. Aan de hand van dit neoliberale model worden de postacademische instellingen — zoals de Jan van Eyck Academie — de productiehuizen en andere broedplekken gesloten. Het is immers voortaan aan de individuele kunstenaar zelf om “diensten op het gebied van praktijkverdieping of nascholing” aan te schaffen. “Voor nascholing of praktijkverdieping is de cultuursector zelf verantwoordelijk. Dit geldt al voor andere sectoren, zoals de advocatuur, de bouw en de techniek,” aldus nog de Staatssecretaris.
Wat de Staatssecretaris in deze bewuste passage niet vermeldt, is dat dit Cabinet tegelijkertijd een belastingverlaging doorvoert voor het bedrijfsleven, 3.000 nieuwe agenten aanwerft en twee Joint Strike Fighters aankoopt. Ja, beste kunstenaars, geachte collega’s, dierbare vrienden van de kunst, dàt zijn de investeringen die het kabinet met onze subsidies betaalt. Het is niet de eerste en zeker niet de laatste paradoxale kronkel van dit gedoogkabinet. Wat denkt u van deze: terwijl extreem neoliberalisme en maximale deregulering aan de basis lagen van de grootste bankencrisis ooit en deze enorme financiële catastrofe tot dit nietsontziende besparingsplan aanleiding heeft gegeven, worden wij geacht dit liberalisme en deze deregulering in de armen te sluiten! De hele financiële sector is witgewassen en wij worden gevraagd om de achtergebleven schulden met onze povere subsidies te betalen én de oorzaak van deze financiële nachtmerrie te omarmen, ja, nog meer dan vroeger als goed gedrag en zeden te beschouwen. Dit is een uitnodiging die enkel en alleen als pervers moet worden gecatalogeerd.

Beste kunstenaars, geachte collega’s, dierbare vrienden van de kunst,

We weten allemaal wat de gevolgen zullen zijn als dit beleid volledig of zelfs maar gedeeltelijk zal worden uitgevoerd. We weten dat vele instituten zullen verdwijnen en met hen: kostbare expertise, erfgoed van onschatbare waarde en zorgvuldig opgebouwde nationale en internationale netwerken. We weten dat velen onder ons werkloos zullen worden en dat we ons voortaan enkel in armoede aan onze passie – de kunst – zullen kunnen wijden. We weten dat het meest kostbare dat we rijk zijn op het punt staat in het hart te worden geraakt, namelijk onze cultuur en onze beschaving. Luister naar wat Zijlstra en Wilders schrijven over het beleid inzake culturele diversiteit – en ik citeer: “De nieuwe basisinfrastructuur zal geen ruimte meer bieden voor ontwikkelinstellingen op het gebied van culturele diversiteit” en u raadt al het vervolg op dit beleidsvoornemen: “Het kabinet vindt dit een taak van de instellingen zelf en voert hiervoor geen specifiek beleid”. Dit donkerbruine en giftig blauwe beleid moet op de meest verbeten wijze worden bestreden. Het zal niet baten om hier en daar een komma of een gedachtenstreep in te voegen. De afgelopen maanden, weken, dagen en uren zijn we teveel met dat soort potsierlijk gefrutsel in de marge bezig geweest. Dit gehèle plan moet van tafel worden gehaald. Dit plan moet in zijn totaliteit worden verworpen. Ik roep iedereen op om – niet alleen vandaag, niet alleen morgen, maar zo lang als dit kabinet bestaat – een vuist te maken tegen dit xenofobe, cultuur- en beschavingsvijandige en ultraliberale beleid. Ik dank u.

Toespraak Jack Segbars, Beeldend Kunstenaar
Geen nut.
Te midden van alle politieke geweld en beleidsidioom gaat het hier feitelijk om de kunstenaar. Er wordt hier een lans gebroken voor de positie van die kunstenaar. Die positie, staat althans publiekelijk/gemeenschappelijk op de tocht. Ze heeft geen nut of althans geen nut dat door de gemeenschap gedragen dient te worden. Dat is een harde boodschap.
We kunnen hierover verontwaardigd zijn, verbolgen, defensief of we kunnen als stoere jongens krentenbrood verkondigen dat we te trots zijn voor de aalmoes die ons in leven moet houden. Of we kunnen menen dat het een recht is om verbonden en nodig te zijn.

Kunst zoals ik het begrijp is een poging tot het verkrijgen van begrip van de wereld om ons heen, van onszelf en de relatie tussen de dingen. In het maken van kunst worden deze dingen, in het produceren van een kunstwerk tot een vorm gegoten. De wereld wordt geproefd, afgetast, verkend om ze te begrijpen. Het zelf wordt afgetast, doorgelicht, op zijn kant gezet om dit verkennen en wens tot begrip te doorgronden. Deze vorm die het uiteindelijk oplevert is de synthese van een momentopname: een voorstel tot dat begrip. Begrip van wat we zijn, hoe of wat we denken, hoe of wat we relateren.
Hoe we tot begrip komen van onszelf, de dingen om ons heen en dat ding dat we gemaakt hebben om tot dat begrip te komen en wat dat ons vervolgens kan vertellen.
Het kunstwerk.

Dat kan nuttig werk zijn.

Daarentegen is de nutdoctrine waartoe ze zich constant dient te relateren om zich te legitimeren, verlammend. De zinvolheid van alles wordt zo vaak beklemtoond dat ze verstikkend wordt.
De verstikkende deken van de productiviteit, zij het voor dit of voor dat, het werkt alle kanten op. Ook de verstikkende deken van de niet-productiviteit, de antithese van.. Roept u maar en wij draaien. Niet voor dat? Weet u dat zeker?

Geen nut. Ik wil niet verrijken, niet verhelderen, niet ontmaskeren of verbinden. Ik kan mijn goede inborst niet meer luchten.
De verstikkende deken van het einddoel.

Van kunst wordt vaak gezegd dat ze verheffend is, idealen biedt of ons confronteert met inzichten die we liever uit de weg gaan. Wie weet. Het is aan de kijker of luisteraar om daarover te oordelen. Daar ga ik niet over. Men kan alleen voorstellen hiertoe doen en hopen op een welkome receptie.

In de discussie over de waarde van kunst en hoe deze vorm dient te worden gegeven in structurering en financiering ontbreekt nogal eens de stem van de beeldend kunstenaar. Deze kan vaak niet goed praten, verkeert in de tekstloze wereld van het beeld en de ervaring van de sensatie. Dan moet de stem via derden worden vertaald en doorgebriefd. Praten voor een ander levert meestal taalfouten en vertaalproblemen op. Het wordt eens tijd dat de kunstenaar leert praten en de niet-kunstenaar leert luisteren. In dit hiaat ligt een mogelijkheid tot verbinding. Er zit namelijk nogal wat kunstenaar in de niet-kunstenaar en vice versa.

Dat deze bezuinigingen funest zijn voor een delicaat stelsel dat een grote waarde vertegenwoordigt, is wel duidelijk. Dat er een groot dedain wordt uitgeoefend op de voorstander van dit delicate stelsel, is ook duidelijk.
De productie van kunst is van grote waarde.
Herkenne wie het herkennen kan.
Niets is meer zeker nu.

Toespraak Steven ten Thije, Stedelijk Van Abbemuseum
Beste dames en heren,
mijn naam is Steven ten Thije en ik werk in het Stedelijk Van Abbemuseum.
Ik spreek vandaag twee keer. Strak zeg ik iets over de toekomst, nu wil ik iets zeggen over de verwerpelijke uitspraken en aannames die dit kabinet gebruikt om zijn ondermaatse beleid te verkopen.
‘Subsidie-slurpers’, ‘Subside-infuus’, ‘met de knip naar Den Haag’, ‘staat met de rug naar het publiek en moet zich omdraaien’

Het is maar een handvol van de denigrerende kreten die dit kabinet uitbazuint. Het kabinet wekt graag de indruk dat kunstenaars luie wezens zijn die passief subsidie opslokken.

Het is de basis voor dit afschuwelijke beleid dat meent dat de luie kunstenaar zal worden wakker geschud door ‘de markt’ – die heilige graal van de neoliberaal.

Het is bekend dat dit kabinet besloten heeft om de oordoppen in te doen om niet te hoeven luisteren naar mensen met kennis van zaken.

Dit kabinet bestaat uit vakpolitici met een flinterdun ideologietje en bakken media-training. Kil en pragmatisch wegen ze af hoe diep het mes kan snijden. De levensvatbaarheid van de patiënt na de operatie is onbelangrijk. De gezondheid van de doktor – het kabinet met zijn dogmatische regeerakkoord – telt vele malen zwaarder dan de samenleving die zij meent te dienen.

Waarom lukt het ons niet om deze zeepbel door te prikken? Waarom kan dit kabinet zo luchtig liegen en draaien zonder werkelijke consequenties?

Het antwoord is simpel en cynisch: in deze tijd gaat het niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen. En het kabinet weet dit maar al te goed – koop een grammetje waarheid en verkoop het voor een pond. Dat is politiek vandaag de dag.

Kunstenaars, theatermakers, dansers en musici weten namelijk dat er geen vet op het vlees zit.

FNV Kiem rekende onlangs uit dat het gemiddelde inkomen van de in Nederland geregistreerde beeldend kunstenaars 7000 euro per jaar is. Nog geen derde van een modaal inkomen.

Kunstenaars, theatermakers, dansers en musici weten dat de flexibiliteit in de kunstsector ongeëvenaard is.

De kunstsector kent het hoogste aantal zelfstandigen en is daarmee zonder twijfel de meest flexibele, efficiënte sector in de Nederlandse samenleving.

Kunstenaars, theatermakers, dansers en musici weten beter dan welke politicus dan ook wat het is om in de samenleving te staan.

Ze gaan daar waar ruimte betaalbaar is, daar waar iets gebouwd kan worden, daar waar de samenleving ze wil hebben. Ze wonen niet in villa- maar in Vogelaarswijken.

Kunstenaars, theatermakers, dansers en musici vragen heel weinig en geven ongelofelijk veel.

Onderbetaald, flexibel en midden in de samenleving. Dat is de werkelijkheid van de kunstenaar anno 2011. Het zijn geen wezensvreemde hobbyisten, maar modelburgers – verantwoordelijk en beschaafd.

Kunstenaars weten: op deze manier korten op ons betekent niet meer voor minder, maar simpel minder voor minder. En in dit geval voor veel minder – bijna niets.

Wat gebeurt er als je zo’n groep op deze wijze vernedert en bespot? Rennen ze de straat op en steken ze auto’s in brand? Plegen ze roofovervallen uit woede over zo veel onrechtvaardigheid? Ontwrichten ze op enigerlei wijze het maatschappelijke leven?

Nee, ze leggen netjes in honderden e-mails, ingezonden brieven en doorwrochte essays uit waar de staatsecretaris zich vergist – hopend dat de rede zal overwinnen. Dat de leugen niet zal regeren. Overrompeld en verbijsterd blijven ze een toonbeeld van beschaving.

In redelijkheid valt er best te praten over hervormingen. Maar dit kabinet wil niet groeien, maar enkel snoeien. Het ziet geen partner in de samenleving, maar een vijand – die moet worden uitgezet of wegbezuinigd.

Maar onze beleefdheid, onze beschaving is niet onze zwakte, maar onze kracht. Dit kabinet regeert eerder bij gratie van een vergissing, dan bij gratie van een meerderheid. Laat maandag niet een zwarte dag zijn, maar de dag waarop beschaafd, fatsoenlijk Nederland zich hervindt en zich sterk maakt om deze bende boze dwazen van het pluche te jagen.